Diploma zwemmen - Technieken
Drijven op de rug en borst PDF Afdrukken E-mailadres

Bij het C-diploma wordt het op de rug en borst ook gedaan (verbeterd) maar dan langer. Dit heeft te maken met een oplopende zwemveiligheid. Het belangrijkste verschil tussen uit/drijven is dat drijven ‘op de plaats’ gebeurt, zonder snelheid, terwijl die snelheid juist bij het uitdrijven heel erg belangrijk is daarbij het drijven in het teken van zwemveiligheid staat terwijl het uitdrijven een vaardigheid is in het kader van toerusting (wedstrijdzwemmen, zie startsprong). Het uit/drijven gebruik je natuurlijk ook bij de rugslag, schoolslag, wrikken en bij Wereldzwemslagen. Ook voor survival is het belangrijk dat je deze techniek beheerst.

 
HELP-houding PDF Afdrukken E-mailadres

HELP is een afkorting van “Heat Escape Lessening Posture” en wordt gebruikt om afkoeling in koud water tegen te gaan. Bij dit onderdeel wordt onvrijwillig te water raken in koud buitenwater waarbij de kant te ver is om naartoe te zwemmen gesimuleerd. Een voorbeeld daarvan kan zijn het omslaan van de boot tijdens een zeiltochtje op het IJsselmeer, of in het kanaal terecht komen met een hoge kade waar je niet op kunt klimmen. De houding van het slachtoffer is van invloed op de mate van afkoeling zodat de overlevingstijd met 50% toeneemt. In Nederland is de temperatuur van het buitenwater zelden boven de 20 graden. Om onderkoeling te voorkomen, is langdurig zwemmen meestal niet de beste oplossing. Iedere lichamelijke activiteit veroorzaakt warmte die aan het water wordt afgegeven. Zwemmend is de afkoeling 35% hoger dan stilhangend. Het is belangrijk dat de kandidaten niet alleen de juiste houding weten aan te nemen tijdens het diplomazwemmen, maar dat de instructeurs in de les ook het waarom aan de leerlingen uitleggen. Het is immers geen trucje dat getoond moet worden, maar een bijzonder waardevolle vaardigheid die met de juiste informatie, in geval van nood, van levensbelang kan zijn om (langer) te overleven in koud water.

 
Hurksprong PDF Afdrukken E-mailadres

De hurksprong is van oorsprong een springtechniek die ontwikkeld is vanuit het zwemmend redden (survival). Er was behoefte aan een sprongtechniek waarbij tijdens het springen en landen in het water de drenkeling niet uit het oog verloren zou gaan en de hele situatie in de gaten kon worden gehouden. Een andere functie van deze techniek was het voorkomen van ernstige verwondingen bij het springen in donker water. In donker water kun je namelijk niet zien of er onder water voorwerpen liggen waar je bovenop zou kunnen springen. Door je handen en knieeen voor je te houden, bescherm je je borst en je buik en is er een geringe diepgang. Tegenwoordig wordt in donker onbekend water elke sprong afgeraden waardoor deze beschermende functie niet meer van belang is. Toch passen we de hurksprong nog steeds toe omdat die ervoor zorgt dat je met je hoofd boven water kunt blijven en je niet te diep wegzakt. Hierdoor kun je onmiddellijk met een zwemslag beginnen en een eventuele drenkeling in de gaten houden.

 
Koprol: draaiingen om lengte- en breedteas PDF Afdrukken E-mailadres

Ook in het kader van de doelstelling ‘zwemveiligheid’ is de techniek van draaiingen om de breedte-as (koprol) heel belangrijk. Door het beheersen van deze draaien zal de algemene zwemveiligheid toenemen. Als je een draai maakt, raak je even je orientatie kwijt. Door dit te oefenen kun je met dit gegeven om leren gaan waardoor plotselinge desorientatie niet tot paniek hoeft te leiden. Verder heeft het oefenen van deze vaardigheid tot gevolg dat je beter leert omgaan met het hele evenwichtsprobleem dat je in het water hebt. Je leert als het ware je lichaam beter kennen als het in het water is. Het is dus vooral belangrijk dat na het draaien de herorientaie op de nieuwe situatie vlot opgang komt.

Andere manieren van draaiingen zijn de koprol achterover en de gehurkte draai (zwemvaardigheid 1), salto achterover gehurkt (zwemvaardigheid 3 en kunstzwemmen).

Het draaien is een goede voorbereiding op de keerpunten van de zwemslagen die je bij zwemvaardigheid 1, 2 en 3 tegenkomt en natuurlijk bij het wedstrijdzwemmen. Ook bij het Schoonspringen komen draaien om breedte- en lengte-as (dit leer je al bij diploma B), veel voor in de vorm van salto’s en schroefsprongen. De technieken van het Kunstzwemmen kennen ook elementen waarbij om de lichaamsassen wordt gedraaid.

 
Onderwaterzwemmen PDF Afdrukken E-mailadres

Met de techniek van het onderwaterzwemmen kun je jezelf en anderen redden. Dit onderwaterzwemmen heeft als belangrijkste doel het overbruggen van afstand op een zo efficient mogelijke manier. Vaak wil men ‘snel’ onder water zwemmen terwijl dit veel energie kost, juist bij het rustig onderwater zwemmen met grote slagen, verbruik je minder zuurstof.

In het kader van de doelstelling ‘toerusting’, is het onderwaterzwemmen bij het wedstrijdzwemmen van belang, omdat er onder water minder weerstand is en er sneller kan worden gezwommen. Ook tijdens het recreatief zwemmen zie je dat er regelmatig zwemmers zijn die het leuk vinden, om zover mogelijk onder water te zwemmen of om kunstjes onder water te doen. Het zwemvaardigheidsdiploma Kunstzwemmen leert je er diverse. Bij zwemvaardigheid 1, 2 en 3 (op vervolg van het zwem-ABC) ervaar je het gekleed onderwater zwemmen over een diverse afstanden.

 
Starten en keren PDF Afdrukken E-mailadres

Er zijn diverse manieren om te water te gaan:


• De startsprong (startduik) is een kopsprong (duik), waarbij je zover mogelijk in het water komt en niet te diep in het water landt (bij het zwemmen). Dit heeft als voordeel dat je snel (beginsnelheid) met een zwemslag kunt beginnen. Deze vaardigheid zie je terug bij het wedstrijdzwemmen.
• Wanneer een wedstrijdzwemmer start met het zwemmen van de rugcrawl mag hij geen startsprong gebruiken, maar moet hij vanuit het water starten. Dit noemen we de rugcrawlstart of de wedstrijdstart.
• De rechtstandige sprong (B-diploma) en de rol voorover (C-diploma) kunnen worden gezien als basistechnieken voor het Schoonspringen van de plank of de toren.
• Bij het snorkelduiken is de rol vanaf de kant een veel gebruikte manier om te water te gaan. Daarnaast wordt de schredesprong gebruikt. Bij de schredesprong is het net als bij de hurksprong de bedoeling, het hoofd boven water te houden.
• Deelnemers aan Synchroonzwemwedstrijden gaan altijd met een speciale sprong te water om daarna over te gaan op technieken onder water.
• Tijdens het recreatief zwemmen zie je dat veel mensen met een sprong te water gaan. Het springen van kunstjes en bommetjes is vooral bij jeugdige zwemmers erg populair.

Wanneer wedstrijdzwemmers meer dan 1 baan achter elkaar zwemmen, is niet alleen de start belangrijk, maar ook het keerpunt. Iedere slag heeft een ander keerpunt, hoewel de keerpunten van de schoolslag en de vlinderslag heel erg op elkaar lijken. Ook de keerpunten van de rugcrawl en de borstcrawl lijken heel erg op elkaar.

Schoonspringen
Het Schoonspringen is in de zeventiende eeuw ontstaan uit het turnen en trampoline springen. De sporters namen hun toestellen in de zomer mee naar zee om daar voor hun plezier de oefeningen te doen. De afsprong echter deden ze in het water. Na het uitvinden van de springplank is dit uitgegroeid tot een aparte sport. Schoonspringen kun je alleen doen of met zijn tweeën tegelijk. Deze vorm van Schoonspringen wordt Synchroon springen genoemd. Bij het synchroonspringen voer je met twee springers dezelfde sprong uit op hetzelfde tijdstip. Er wordt ook een spiegelsprong uitgevoerd, waarbij de springers een sprong in spiegelbeeld uitvoeren. De bedoeling is dat alles zo gelijk mogelijk gaat.

Bij het Schoonspringen kan er gesprongen worden van vijf verschillende hoogtes. De 1- en 3-meterplank zijn verende planken van aluminium. Naast de springplanken zijn er ook torenplanken: op 5, 7½ en 10 meter boven het water van beton. Bij senioren wedstrijden wordt alleen gesprongen van de 10-meter toren.

Schoonspringen noemt men een jurysport. Springen is vooral voor heel veel mensen een leuke bezigheid tijdens het recreatief zwemmen. Springen vereist lenigheid, coördinatie, durf en doorzettingsvermogen. Het maken van een ‘bommetje’ staat al generaties lang borg voor veel plezier. Tegenwoordig wordt er in veel zwembaden zelfs gestreden om het Nederlandse Kampioenschap. Daarnaast kun je de technieken van het springen, die je bij dit zwemvaardigheisdiploma leert, zien als voorbereiding op de sport ‘Schoonspringen’.

 
Watertrappen PDF Afdrukken E-mailadres

Met de techniek (er zijn diverse technieken) van het watertrappen kun je jezelf redden. Wanneer je onverwachts in het water valt en je voelt geen bodem, dan zul je iets moeten doen (watertrappen) om te voorkomen dat je naar beneden zakt.

De techniek van het watertrappen zonder het gebruik van de benen, wordt gebruikt om boven te blijven, als gebruik van de benen door bijvoorbeeld kramp niet mogelijk is.

Het ongelijkzijdig watertrappen is heel belangrijk bij het waterpolo. In tegenstelling tot het ‘normale’ watertrappen dienen de benen en armen ‘om en om’ bewogen te worden. Het voordeel van deze techniek is dat de schouders op dezelfde hoogte blijven en niet op en neer gaan. Het ongelijkzijdig watertrappen wordt gebruikt tijdens het gooien, vangen en schieten, maar ook tijdens het verdedigen en op momenten dat er niet gezwommen wordt. Voor de keeper is deze techniek enorm belangrijk om hoog uit het water te komen bij een schot. Als de keeper goed getraind is en de juiste techniek toepast, zal het hem lukken om een tijdje een deel van zijn romp boven water te houden.

Ook bij het (kunst)synchroonzwemmen is het ongelijkzijdig watertrappen een van de basistechnieken.

 

 
Wrikken PDF Afdrukken E-mailadres

Het wrikken is een vorm van voortbewegen vanuit een horizontale ligging (drijven). De handen maken een achtvormige beweging vanuit de polsen. Wrikken is gebaseerd op het principe van Bernoulli.

Bij drijven op de rug kun je een wrikbeweging maken onder de heupen zodat je makkelijker blijft drijven.

In het kader van de doelstelling ‘zwemveiligheid’ is de techniek van het drijven heel belangrijk. Als iemand niet op een of andere manier drijft, zal hij zinken. Het drijven kan zowel op de buik als op de rug plaatsvinden, met of zonder hulpmiddelen en kleding (HELP). De wriktechniek stelt ons in staat om met minimale bewegingen onszelf te verplaatsen of drijvende te houden. Deze techniek wordt vooral veel toegepast in het Figuur- en Synchroon(Kunst)zwemmen. Verder zie je dat de techniek van het wrikken bij waterpolo vaak wordt toegepast ter ondersteuning van het watertrappen. Door het stuwen van een of twee handen kan een speler hoger uit het water komen. Het voordeel hiervan is dat er met meer kracht kan worden geschoten of makkelijker kan worden gevangen.

 


Sponsors

Banner
Website by: Rick de Jong