Diploma zwemmen - Eisen
C-diploma PDF Afdrukken E-mailadres

Wat het C-diploma meer biedt dan het A en B diploma:

Het gekleed zwemmen:


•Het programma wordt verzwaard met een jas
•Met een koprol te water gaan
•De afstand is verdubbeld
•De HELP-houding wordt aangeleerd

Het zwemmen in badkleding:

•De startsprong wordt aangeleerd
•De afstanden van diverse zwemslagen zijn langer (conditie) en worden verbeterd
•Onderwaterzwemmen wordt 9 meter
•Langer drijven op de rug en borst
•Het wrikken, de hoekduik en de hurksprong worden aangeleerd
•Aanleren van draaiingen om de breedte-as (koprol)
•Het watertrappen

Het C-diploma biedt dus veel nieuwtjes die ook weer voorbereiden voor volgende diploma’s. Met het C-diploma ga je met een nog zekerder gevoel in de zee.

Kleding voor het C-diploma:
Lange broek, T-shirt met lange mouwen, jas en schoenen.

 
Zwemvaardigheid 1, 2 en 3 PDF Afdrukken E-mailadres

Het verder leren zwemmen met als doel: ‘kennis maken met en voorbereiden op sport- en recreatieve activiteiten aan, op, in en onder water’. In de examenprogramma’s zijn vaardigheden van zwemmen, snorkelen, kunstzwemmen, survival, wereldzwemslagen en balvaardigheid opgenomen, welke elk ook ‘specifieke’ zwemvaardigheidsdiploma’s zijn.

Ook de drie zwemvaardigheidsdiploma’s bestaan (net als het ABC-zwemmen) uit twee delen: een aantal onderdelen met kleding en een aantal onderdelen in badkleding. De verschillende onderdelen van de examenprogramma’s 1, 2 en 3 kennen een opbouw in afstand, complexiteit en/of technische eisen.

Wat zwemvaardigheid 1, 2 en 3 diploma meer biedt dan het A, B en C-diploma:

Het gekleed zwemmen:


•Gekleed in lange broek, tshirt met lange mouwen en schoenen
•Met een duik te water gaan en vervolgens het onderwaterzwemmen van 9, 12 en 15 meter (respectievelijk zwemvaardigheid 1, 2 en 3)
•Koprol achterover maken
•Onder een vlot (1,5 meter) doorzwemmen en erover klimmen
•Jezelf redden; bv door een drijfmiddel maken m.b.v. een een plastic zak (zie survival)
•Het aanleren van de droge (zvh 1) en natte (zvh 2 en 3) redding (red je vriendje) (zie survival)

Het zwemmen in badkleding:

•De afstanden van diverse zwemslagen zijn aanzienlijk langer (conditie) en de zwemslagen worden verbeterd
•Het keerpunt voor de schoolslag wordt aangeleerd (zvh 1).
•De keerpunten voor de borst- en rugcrawl worden aangeleerd (zvh 3)
•De wedstrijdstart voor de rugcrawl wordt aangeleerd
•De samengestelde rugslag en de vlinderslag worden aangeleerd
•De hoekduik wordt uitgebreid
•Het wrikken wordt uitgebreid; gehurkte draai (zvh 1), richting de voeten (zvh 2), salto achterover gehurkt (zvh 3) (zie kunstzwemmen)
•Werpen (gooien; zvh 1, 2 en 3) met de bal (zie balvaardigheid)
•De polocrawl wordt aangeleerd
•Het ongelijkzijdig watertrappen

Kleding voor de zwemvaardigheidsdiploma's:
Lange broek, T-shirt met lange mouwen, schoenen, vinnen en een plastic tas.

 
Balvaardigheid 1, 2 en 3 PDF Afdrukken E-mailadres

De eerste officiele waterpolocompetitie startte in Engeland in de tweede helft van de 19de eeuw. Rond 1900 is er ook in Nederland een competitie van start gegaan en op het internationale vlak heeft Nederland altijd goed mee kunnen doen. Nederland is een van de landen met de meeste competitiespelers per hoofd van de bevolking in de wereld.

Waterpolo is een technische en zeer gezonde sport die veel behendigheid vraagt, waarbij nauwelijks blessures ontstaan. Het waterpolospel vraagt van de deelnemers niet alleen een goede zwemvaardigheid, maar ook een grote balvaardigheid en bovendien het nodige spelinzicht. Het waterpolo lijkt een soort handbal in het water, maar dan met heel andere regels.

Het voortbewegen bij het zwemmen met de bal, vindt veelal plaats met de polocrawl. Uitgangspunt is het bewegingspatroon van de borstcrawl. Echter het gezicht blijft hierbij uit het water. De armen zijn sterker gebogen in de elleboog en worden korter ingezet. Wordt deze techniek bedreven met het houden van de bal, dan is het gezicht voorwaarts gericht en bevindt de bal zich tussen de armen.

Deze sport wordt in wedstrijdvorm beoefend in verenigingsverband en is dus een spelsport. Een spelsport is een spel dat nationaal en of internationaal in competitie verband wordt beoefend.

Onder leiding van Albert Buisman, sportpedagoog aan de Universiteit van Utrecht, is in het begin van de jaren 80, in samenwerking met de NCS, een vorm van minipolo ontwikkeld dat beter aansluit bij de mogelijkheden en belevingswereld voor kinderen van zes a zeven jaar. In een later stadium heeft de KNZB dit idee opgepikt en verder ontwikkeld. Zonder al te veel belemmerende regels kunnen kinderen vanaf zes jaar nu op een speelse manier kennis maken met waterpolo.

De basisvaardigheden uit het Zwem-ABC en/of de zwemvaardigheidsdiploma’s bieden genoeg ‘klittenband’ om de diploma’s balvaardigheid 1, 2 en 3 te halen.

Waterpolo traint op de maandag (18.00-18.45) en de vrijdag (19.15-20.00).

 
Synchroonzwemmen 1, 2 en 3 PDF Afdrukken E-mailadres

Het synchroonzwemmen is eigenlijk nog een vrij nieuwe sport. Het is ontstaan aan het eind van de vorige eeuw, toen men het nog ‘trick-zwemmen’ noemde. In het water werden allerlei oefeningen gedaan om te laten zien hoe lenig men was. Onder water werden salto’s gemaakt en rollen uitgevoerd. Later is men de sport ‘figuurzwemmen’ gaan noemen. Het verschil tussen beide was dat figuurzwemmen op muziek werd uitgevoerd.

Het kunstzwemmen begon tijdens de wereldtentoonstelling in 1934. Door de films van de Amerikaanse zwemster en actrice Esther Williams kreeg de sport meer bekendheid, hoewel er in die tijd meer sprake was van een showsport.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de sport in Europa populair. In 1956 werd het Kunstzwemmen door de wereldzwembond FINA erkend. De eerste officiele wereldkampioenschappen werden gehouden in Belgrado in 1973 en de eerste officiele Europese Kampioenschappen vonden een jaar later plaats in Amsterdam. De bekendheid bij het ‘grote publiek’ is sinds het olympisch debuut tijdens de Spelen van 1984 in Los Angelese echter duidelijk toegenomen. In 1996 is de naam kunstzwemmen veranderd in synchroonzwemmen.

Vele facetten zijn van belang om het synchroonzwemmen op topniveau te kunnen beoefenen. Allereerst een goede lichaamsbeheersing om figuren in een gelijkmatig tempo en volgens een vaste omschrijving te kunnen uitvoeren. Daarnaast snelheid en een goede beheersing van de techniekoefeningen als de zwemslagen om tijdens een uitvoering de gewenste badverdeling te kunnen laten zien op de maat van de muziek. Lenigheid, kracht en uithoudingsvermogen zijn verschrikkelijk belangrijk, maar ook creativiteit, gevoel voor ritme en presentatie. Synchroonzwemwedstrijden worden georganiseerd op de onderdelen figuren, technische uitvoeringen en vrije uitvoeringen. Het is juist deze verscheidenheid die de sport zo aantrekkelijk maakt, zowel voor de deelnemers als voor het publiek. Voorop staat dat je veel plezier aan deze sport beleeft en met anderen goed om kunt gaan, want synchroonzwemmen is een teamsport.

Al in de examenprogramma’s van het zwem-ABC wordt de basis gelegd voor het kunst- of synchroonzwemmen. Naast het goed kunnen drijven op borst en rug, vormt met name het wrikken in het diploma C de basis om verder te kunnen gaan met de onderdelen van de diploma's kunstzwemmen (zie ook draaiingen om de breedte- en lengte as).

Binnen de zwemvaardigheidsdiploma’s zijn enkele onderdelen van het kunstzwemmen opgenomen.

In het kader van de doelstelling ‘toerusting’ kun je de technieken van het kunstzwemmen zien als vooropleiding op de sport synchroonzwemmen.

Synchroonzwemdiploma’s
Wanneer kinderen enthousiast geworden zijn voor de sport, kunnen ze bij synchroonzwemverenigingen nog andere synchroonzwemdiploma’s halen. Er zijn bij de KNZB vijf aanloopdiploma’s, te weten het basishouding-, zeilboot-, balletbeen-, spagaat- en barracudadiploma en er zijn vijf wedstrijddiploma’s, te wetenhet Age 1, Age 2, Age 3, junior- en seniordiploma. De vijf wedstrijddiploma’s kunnen uitsluitend tijdens wedstrijden worden gehaald.

 
Snorkelen 1, 2 en 3 PDF Afdrukken E-mailadres

Hoewel het leuk is om kinderen toe te rusten voor het recreatief of sportief snorkelen wordt er bij het zwem-ABC en de zwemvaardigheidsdiploma’s geen specifieke aandacht aan het snorkelen besteed. Het snorkelmateriaal wordt niet gebruikt, maar de onderdelen uit deze diploma’s bieden wel genoeg ‘klittenband’ om de diploma's snorkelen 1, 2 en 3 te halen. Het gaat daarbij om de vaardigheden zoals de draai om de lengte-as, de hoekduik, borst- en rugcrawl beenslag en onderwaterzwemmen.

Steeds meer mensen beoefenen het snorkelen en ook het persluchtduiken tijdens hun vakantie. Om de verkregen vaardigheid te blijven oefenen, kan men in de meeste zwembaden terecht, waaronder ook in het Sportfondsenbad Abcoude Het Meerbad.

Het doel van het snorkelen is om de deelnemer met zoveel vaardigheid toe te rusten, dat men in staat is om ook in buitenwater te kunnen genieten van het snorkelduiken. Dit buitenwater kan zowel in Nederland als in het buitenland zijn. De onderwaterwereld is fascinerend mooi. Je vindt er vissen, zee-anemonen, zee-egels, heremietkreeften, krabben en nog veel meer in de mooiste kleuren. Voor een goede snorkelplek hoef je alleen te zoeken naar helder water.

Snorkelen is een vaardigheid die het mogelijk maakt, om verder te gaan met duiken en andere wedstrijdsporten, zoals onderwaterhockey en vinzwemmen NOB (http://www.onderwatersport.org).

Snorkeldiploma’s NOB (Nederlandse Onderwatersport Bond)
Wanneer kinderen enthousiast geworden zijn voor het snorkelen, kunnen ze bij duikverenigingen verder gaan en daar de snorkeldiploma’s A, B en C halen. Het snorkelen is een zelfstandige tak van sport met vele mogelijkheden. Je kunt dus buiten het recreatieve snorkelen ook aan sportwedstrijden meedoen binnen de duikvereniging.

De duikvereniging van zwemvereniging AZ & PC “de Meerkoeten” traint op de vrijdagavond (20.45-21.45). Lid worden van de duikvereniging kan vanaf 14 jaar.

Kleding voor de snorkeldiploma's:
Vinnen, snorkel en bril.

 
Survivel 1, 2 en 3 PDF Afdrukken E-mailadres

Het zwemmend redden is aangepast en heeft in September 2006 de naam survival gekeregen.

Al bij het zwem-ABC worden er twee doelstellingen nagestreefd: zwemveiligheid en toerusting. Gesteld werd dat een kind dat per ongeluk in het water terecht komt, zichzelf moet kunnen redden. Om dit te stimuleren moeten de kinderen afstanden zwemmen met kleding aan (belangrijk dat ze daar regelmatig mee oefenen tijdens de zwemlessen) en leren ze watertrappen en zich drijvend te houden met hulpmiddelen (bijvoorbeeld een bal, tas, plank, jas, broek of laarzen). Daarnaast moeten ze laten zien dat ze zonder hulp uit het water kunnen komen en dat ze onder en over een vlot kunnen gaan (C-diploma). Toch zijn er situaties te bedenken waar kinderen met het zwem-ABC nog niet op voorbereid zijn. Wat moet je bijvoorbeeld doen als je onder een boot terecht komt of wat gebeurt er als je onder water helemaal niets kunt zien?

Uit onderzoek blijkt dat er elk jaar bij veel kinderen tot 12 jaar bijna verdrinkingsongevallen met blijvend letsel plaatsvinden of verdrinken. Ook bij volwassenen is dit niet uitgesloten en liggen de cijfers zelfs hoger.

Bij de zwemvaardigheidsdiploma’s is gestreefd naar een goed aansluiting op het C-diploma, waarin onder- en bovenorientatie en desorientatie de voornaamste uitgangspunten zijn. De onderdelen die met kleding moeten worden uitgevoerd zijn verzwaard en uitgebreid. Naast het aspect van ‘red jezelf’ wordt een begin gemaakt met op een veilige wijze een vriendje te redden.

Het doel van de diploma’s survival is om jezelf onder alle omstandigheden in het water te kunnen redden. Een stuk orientatie en desorientatie boven en onder water te bevorderen. Ook nu komt het overleven van jezelf op de eerste plaats. Het is belangrijk dat kinderen beseffen dat ze bij het redden van een vriendje niet zelf in de problemen raken. Er wordt aandacht besteed aan andere manieren om op een veilige manier een vriendje te helpen.

Helpen zonder zelf te water gaan, noemen we een droge redding. Hierbij wordt hulp geboden door het toewerpen van drijfmateriaalen/of een hulpmiddel waardoor iemand naar de kant getrokken kan worden. Als je hulp biedt door zelf te water te gaan noemen we dit een natte redding. Het uitvoeren van een droge redding heeft de voorkeur, omdat dit veel veiliger is voor de redder: eigen veiligheid is het belangrijkst!

De drie diploma’s survival bouwen weer voort op de survival onderdelen van de zwemvaardigheidsdiploma’s. Voor kinderen die na de survivaldiploma’s nog verder willen leren op het gebied van het redden van anderen, zijn de KNBRD-brevetten heel geschikt. Hier worden technische eisen gesteld aan de verschillende vervoersgrepen en leren de kinderen ook om zich te bevrijden als ze door een drenkeling worden vastgepakt

Kleding voor de survivaldiploma's:


•zomerkledingpakket S1, 2 en 3: lange broek, shirt met lange mouwen en schoenen
•winterkledingpakket S1: lange broek, shirt of hemd, shirt met lange mouwen, wintertrui en laarzen
•winterkledingpakket S2: lange broek, shirt of hemd, shirt met lange mouwen, wintertrui, regenjas en schoenen
•winterkledingpakket S3: lange broek, shirt of hemd, shirt met lange mouwen, wintertrui, regenjas, regenbroek en schoenen

 
Wereldzwemslagen 1, 2 en 3 PDF Afdrukken E-mailadres

Wereldzwemslagen zijn in Januari 2008 nieuw, voorheen heette het nostalgische zwemslagen. Door de naamsverandering en variatie in meerdere slagen is het aantrekkelijker voor de jeugd geworden. Wereldzwemslagen is een andere manier van zwemmen. Het verschil is dat er 14 andere zwemslagen extra zijn.

Van over de hele wereld zijn de zwemslagen verzameld: Lange schoolslag, Spaanse slag, Japanse crawl, Japanse Morote en Hitoe slag, Zeemansslag (en in tweetallen), Matrozenslag, Helikopterrug slag en nog vele (12) anderen slagen. Het zijn verrassende combinaties van eerder verworven vaardigheden waarbij de coordinatie hierbij ontwikkelt door het tweezijdig oefenen, het verschil in ritmen, de wisselingen van uitgangshouding en ligging.

Wereldzwemslagen geeft ruimte voor een speelse ontdekkingstocht binnen het verplaatsen. De criteria voor Wereldzwemslagen: ontspanning, glijden, plezierig liggen, efficient bewegenen gemakkelijk kunnen ademhalen. Vanwege het relaxte karakter van de slagen, zijn zij aantrekkelijk voor ouderen en zwangeren. Ook trimzwemmers vinden de slagen vaak leuk ter afwisseling op de gewone slagen.

De technieken van de Wereldzwemslagen zijn leuk tijdens het recreatief zwemmen.

Informatie van Nationaal Platform Zwembaden | NRZ, uitgewerkt door Elvira Oudemans.

 


Sponsors

Banner
Website by: Rick de Jong